
Wat met het Hof van Assisen na invoering van het Nieuwe Strafwetboek?
Met de invoering van het Nieuwe Strafwetboek wordt het Belgische strafrecht grondig hervormd. De klassieke driedeling in overtredingen, wanbedrijven en misdaden maakt plaats voor een systeem van misdrijfcategorieën, genummerd van 1 tot en met 8. Die modernisering roept begrijpelijkerwijs vragen op over de toekomst van het Hof van Assisen. Verdwijnt het? Wordt het uitgehold? Of blijft het een pijler van onze strafrechtsbedeling?
Het antwoord is duidelijk: het Hof van Assisen blijft bestaan én behoudt zijn kernbevoegdheid. Dat is niet alleen juridisch logisch, maar ook maatschappelijk wenselijk.
Bevoegdheid: misdrijven van categorie 8 en gelimiteerde misdrijven van categorie 7 (met de dood tot gevolg)
Onder het nieuwe systeem blijft het Hof van Assisen bevoegd voor misdrijven die onder categorie 8 vallen. Het gaat daarbij in essentie om de zwaarste misdrijven, met name moord. Daarnaast blijft het Hof volgens het nieuwe artikel 216 novies ook bevoegd voor bepaalde misdrijven uit categorie 7 (doodslag, foltering, seksuele integriteit/verkrachting, gijzeling) wanneer er een dodelijk slachtoffer te betreuren valt.
Met andere woorden: waar het om het meest fundamentele rechtsgoed gaat – het menselijk leven – blijft de beoordeling in handen van een volksjury, bijgestaan door beroepsmagistraten. Dat is geen detail, maar een principiële keuze. De samenleving spreekt zich via gelote burgers uit over feiten die haar in haar kern raken.
In een tijd waarin efficiëntie en rationalisering vaak de bovenhand halen, is het belangrijk dat men hier niet heeft gekozen voor een louter technocratische oplossing waarbij alle zware dossiers naar correctionele rechtbanken zouden worden verschoven. Het behoud van de assisenbevoegdheid voor de zwaarste feiten onderstreept dat sommige misdrijven méér zijn dan louter juridische constructies; ze raken aan de morele fundamenten van onze gemeenschap.
Behoud van systeem en procedure
Even belangrijk is dat niet alleen de bevoegdheid, maar ook het systeem en de procedure van het Hof van Assisen behouden blijven. De volksjury blijft oordelen over de schuldvraag. De debatten blijven mondeling, openbaar en geconcentreerd. De procedure blijft gestoeld op tegenspraak, met ruimte voor een grondig onderzoek ter terechtzitting.
Dat is toe te juichen.
Het Hof van Assisen is misschien minder efficiënt dan sommige andere rechtscolleges. Critici zeggen vaak dat de procedure te intens, te duur en organisatorisch te veeleisend is. Maar het biedt ook iets wat in een democratische rechtsstaat van onschatbare waarde is: directe burgerparticipatie in de strafrechtsbedeling.
Bovendien zorgt de eigenheid van de procedure – met uitgebreide mondelinge debatten en een duidelijke focus op de feiten – ervoor dat complexe en zwaarwichtige dossiers in alle openheid worden behandeld. Dat versterkt het vertrouwen in justitie, zeker bij zaken die de publieke opinie sterk beroeren.
Daarenboven is ook het louterende effect van een dergelijke intense procedure zowel voor dader als voor nabestaanden een belangrijk aspect van deze doorgedreven procedure.
Tot slot is ook de doorgedreven participatie van partijen tijden eens Assisenproces van onschatbare waarde. Partijen hebben in een Assisenprocedure een veel grotere rol te spelen bij de getuigenverhoren en de debatten ten gronde dan in een normale Correctionele procedure.
Modernisering zonder afbraak
Het Nieuwe Strafwetboek moderniseert het materieel strafrecht. Het heeft als doel meer coherentie, transparantie en proportionaliteit in de strafmaat te brengen. Maar modernisering is gelukkig geen synoniem voor 'afbraak'.
Door het Hof van Assisen te behouden voor categorie 8-misdrijven en voor bepaalde categorie 7-feiten met dodelijke afloop, kiest de wetgever voor continuïteit waar dat nodig is. De zwaarste misdrijven blijven voorbehouden voor het zwaarste rechtscollege, met de grootste waarborgen en de meest uitgesproken democratische legitimatie.
Dat is geen nostalgische reflex, maar een bewuste keuze voor rechtsstatelijke kwaliteit. Het Hof van Assisen herinnert ons eraan dat strafrecht niet alleen gaat over normhandhaving, maar ook over maatschappelijke verantwoording en procespartij participatie.
In een hervormd strafrechtelijk landschap blijft het Hof van Assisen dus wat het altijd is geweest: het forum waar de samenleving zelf, via haar burgers, oordeelt over de zwaarste inbreuken op haar waarden. En dat is, ook – en misschien net – in een modern strafwetboek, iets om te koesteren.